Ik was laatst op weg naar een interview in Amsterdam. Het was een verschrikkelijke regenachtige dag en ik stapte vroeg in de ochtend doorweekt bij het Centraal Station op tram 26. In een hokje in de tram zat een Surinaamse vrouw die me nogal bits toebeet: “U mag hier niet instappen meneer.” Verdwaasd keek ik haar aan en ze vervolgde: “Wilt u nu meteen uitchecken.” Ik hield mijn kaart tegen de magneet en vroeg: “En dan?” “U mag verderop pas instappen,” zei ze. “Oh sorry, oké,” zei ik. Honderd meter verderop stapte ik weer in en ging zitten.
Mensen die na mij binnenkwamen en gingen staan beet ze toe: “Wilt u verder lopen mensen, dit zijn vakken voor fietsen. Verder lopen alstublieft.” Er was geen fiets te zien. Beetje met het verkeerde been uit gestapt? vroeg ik me af. Tenslotte stapte nog een jongen in de tram met een allochtoon uiterlijk, Turks of Marokkaans misschien, maar met zo’n assertieve uitstraling die typisch is voor door en door Amsterdammers. Zwarte gelakte schoenen, gestreken grijze broek en donkerblauwe bodywarmer. En ja hoor, hij ging pal in het fietsenvak staan. Nu ben ik benieuwd wat er gebeurt, dacht ik.
“Meneer, wilt u doorlopen, u staat in het fietsenvak,” kwam onherroepelijk het bevel van de Surinaamse. Even was hij van zijn stuk gebracht, keek een moment om zich heen en ging praktisch meteen in Amsterdams accent in de tegenaanval. “Maar ik mag hier toch staan? Er staan toch geen fietsen?” De Surinaamse: “Dat vak is bedoeld voor fietsen meneer, wilt u verder lopen?” Nu waren de rapen gaar. Hij: “Ik betaal toch voor deze onzin? Wat is dit nou voor flauwekul? Ik ga wel weg als er fietsen komen.” Zij: “Dat vak moet vrijgehouden worden voor fietsen.” Hij: “Ik heb er toch voor betaald? Ik betaal voor uw loon, weet u. Ik vind dit echt onzin.” Zij, iets smeltend: “Meneer als u zich zo opwindt is straks uw hele dag verpest.” Hij: “Ja dat is waar, dat is waar, u heeft gelijk.” Zij: “U betaalt mijn loon en ik doe mijn werk.” Hij: “Ja, we hebben elkaar nodig.” Zij: “Zo is het.” Hij: “Ik ga weg zodra er een fiets komt.” Zij: “Is goed meneer.”
Ik weet niet waarom ik dit vertel, maar voor mij ging er heel erg de kerstgedachte vanuit. Verbroedering. Fijne kerstdagen allemaal.












