Ja, ik heb iets met kookboeken. Logisch toch? Ik ben tenslotte kok. De meeste boeken blijven in de kast. Soms heb ik een nostalgische bui en wil ik iets klassieks koken. Omdat het goede herinneringen geeft, om anderen iets bij te brengen of gewoon omdat het zo lekker is. Dan heb ik een vast setje boeken dat telkens uitkomst biedt. Die boeken blijven niet in de kast. Eén daarvan is het boek van Escoffier.
Nu ben ik voor het oktobernummer van foodies op zoek naar een bepaald recept voor kip met truffel. Het is een recept met geschiedenis, met een verhaal. Met klamme handen pak ik mijn ‘Escoffier’ erbij. Het boek heeft de uitstraling van een bijbel en is dat , voor koks althans, eigenlijk ook. Bladzij na bladzij blader ik door de recepten voor poularde (braadkuiken).
Bij het recept voor “Poularde pochée à l’anglaise” spreekt het boek mij streng toe:
‘Dit recept wordt soms verward met poularde printanière, hetgeen absoluut een vergissing is. Het juiste recept is het volgende:…’
Alsof de grote chef zelf, Auguste Escoffier, met een koperen pan dreigend boven mijn hoofd in zijn hand, zijn keukenhulpje het verschil uitlegt.
Snel blader ik verder, hopend de toorn van het boek tussen de vorige pagina’s achter te laten.
Ik vind mijn recept en lees het snel door. ‘Poularde demi-deuil’. Gelukkig komt er niet direct een terechtwijzende sneer.
“Dit kan ik”, denk ik bij mezelf. Maar tegelijkertijd word ik al weer zenuwachtig. Gaat dit echt goed? Zou het boek me ooit vergeven als ik het recept verklooi?












