Voor risotto heb je rijst met specifieke eigenschappen nodig. Ten eerste moet de korrel zetmeel loslaten, waardoor de typische romigheid ontstaat. Ten tweede moet de rijst voldoende vloeistof opnemen terwijl de korrel wel beetgaar blijft. Alleen Italiaanse rijst met een ronde korrel heeft deze eigenschappen. De klassieke soorten arborio, carnaroli en vialone zijn hier prima verkrijgbaar. De Italianen maken onderscheid tussen originario (kleine korte korrels), semifino (middelmatig grote korrels), fino (grote lange korrels) en superfino (zeer grote korrels)

De Italiaanse manier van risotto maken, schrijft zeer regelmatig roeren voor. De theorie erachter is dat door het roeren de rijstkorrel licht beschadigt, waardoor hij meer zetmeel vrijlaat. Dit zorgt voor een smeuïge risotto. Ook zorg je er door te roeren voor dat de rijst niet aanbrandt, waardoor je steeds kleine hoeveelheden vocht kan toevoegen. Ook dit komt de smeuïgheid en de smaak ten goede.

Zin gekregen om risotto te maken? Probeer deze risotto recepten eens!

1. Paddenstoelenrisotto

Paddenstoelenrisotto

2. Risotto met coquilles en garnalen

Risotto met coquilles en garnalen

3. Risotto alla milanese

risotto alla milanese