Farfalle en fussili

Farfalle zijn de welbekende strikjes en fussili de gedraaide spiraaltjes. Beide pastasoorten serveer je met een wat dikkere saus. De vuistregel is, des te grover de pasta des te dikker de saus en andersom. Het is dan ook het lekkerste om de pasta even goed door de saus te roeren voordat je hem opdient. Hierdoor gaat de saus zich binden aan de pasta en zal de spiraal zich vullen met saus.

Spaghetti en linguine

Lange, dunne pastasoorten zoals spaghetti en linguine gebruik je bij een dunne saus. Deze pasta kun je goed serveren bij een carbonara , fijne tomatensaus of bij een saus op basis van wijn voor bijvoorbeeld een pasta vongole. Heb je een hele dunne saus en wil je die iets meer laten binden? Houd dan een beetje pastawater achter voor je de pasta afgiet en voeg dit toe aan de saus. Tijdens het koken van de pasta komt er namelijk zetmeel van de pasta vrij in het water en laat dat er nou net voor zorgen dat de saus aan de slierten blijft kleven.

Vermicelli

Vermicelli wordt ook wel ‘engelenhaar’ genoemd door zijn dunne, kleine slierten. Je gebruikt hem vooral als toevoeging aan een bouillon of lichte soep. Hierdoor krijgt je soep wat meer volume en is hij gelijk een stuk vullender. Italianen maken overigens ook graag gebruik van kleine tortellini’s om hun soep meer body te geven. Probeer het maar eens uit!

Pappardelle en tagliatelle

Wist je dat je een pasta bolognese officieel niet hoort te eten met spaghetti maar met dikke pastaslierten zoals pappardelle en tagliatelle? Bij deze soorten komt een stevige pastasaus het beste tot zijn recht. Ga voor een saus met lekker veel groente of juist voor een versie met vlees zoals een ragú. Een ragú kun je heel goed maken van rund maar ook van zwijn of konijn. De keuze is aan jou!

Cannelloni

Cannelloni zijn pastabuisjes van ongeveer 10 cm lang. Ideaal om te vullen, maar kies wel voor een wat dikkere saus om te voorkomen dat de saus er gemakkelijk uit loopt. Er zijn twee klassieke gerechten die vaak gemaakt worden met de cannelloni. De meest bekende is om hem te vullen met ricotta en spinazie. Even wat fijne tomatensaus en een beetje kaas erover en klaar!

Voor de tweede klassieker vul je cannelloni met verschillende soorten gehakt en maak je hem aan met een fijne tomatensaus van gerookte paprika’s. Goed om te weten: deze saus doe je ook over de cannelloni. Als je de cannelloni’s niet afdekt met een beetje saus zullen ze snel verbranden.

Ravioli

Dit is de enige pastasoort die je eigenlijk altijd vers koopt door de vulling die erin zit. Ravioli heb je in veel verschillende soorten en maten, maar in de winkel vind je ze meestal met een vulling van paddenstoelen, mozzarella, prosciutto of artisjok. Kies bij deze vullingen vooral voor een simpele dunne saus. Ravioli is ook heel leuk om zelf te maken, ga voor een smaakvolle vulling zoals een eidooier en maak het af met een hele simpele saus op basis van olijfolie en kruiden.

Gekleurde pasta

Bij sommige supermarkten of Italiaanse traiteurs kun je ook zwarte pasta kopen, dit is vaak een linguine die gekleurd is met inktvisinkt. Deze pasta heet ook wel linguine nero en serveer je meestal met vis en een fijne saus. Maak geen saus op basis van room of tomaten, want dit is zonde van de zwarte pasta. Kies in plaats daarvan voor een saus op basis van witte wijn, ui en knoflook. Zelf gekleurde pasta maken? Gebruik dan eens bietensap voor een uniek effect!