1. Eigenwijs zijn

Dit is misschien wel één de meest gemaakte bakfouten. Een opzettelijke afwijking van de voorgeschreven receptuur. Ben jij ook zo’n eigenwijze hobby-kok die ingrediënten naar eigen inzicht vervangt, de verhoudingen verandert en het niet al te nauw neemt met de bereidingstijd? Wat bij het koken vaak geen kwaad kan en zelfs tot originele creaties leidt, gaat niet op voor het bakken. Daar waar zelfs een kleine aanpassing desastreuze gevolgen kan hebben. Dus misschien wel de belangrijkste tip: blijf lekker eigenwijs, maar niet met het bakkersschort om. Gebruik de ingrediënten die in het recept staan, weeg ze netjes af en zet de timer aan volgens de vermelde tijd. Alleen al door goed de receptuur op te volgen, wordt je slagingskans vele malen groter!

meest gemaakte bakfouten

2. Niet goed afkoelen

Dat geduld een schone zaak is geldt voor bakken als voor geen ander vak. Het meest wordt ons geduld op proef gesteld wanneer ons baksel uit de oven is. Dan moet het namelijk nog afkoelen en afkoelen betekent wachten. Maar als het recept zegt dat je je cupcakes of cake moet laten afkoelen voor je ze met frosting, crème of glazuur versiert, heeft dat een hele goede reden; op een warme cake lopen deze namelijk uit. Ook het vullen van taartbodems kan pas als de bodem helemaal is afgekoeld. En last but not least, we snappen dat het heel lastig is om van je heerlijke baksels af te blijven, maar toch kun je met het aansnijden en proeven het beste wachten tot ze op kamertemperatuur zijn. Het snelst koelen je baksels af wanneer je ze op een rooster zet, omdat de lucht eromheen kan circuleren en zo ook de onderkant afkoelt. Je kunt hiervoor het rooster van je oven gebruiken maar er zijn ook speciale koelroosters en -rekken te koop.

3. Meeste gemaakte bakfouten: ongelijkmatig garen

Is het je weleens overkomen dat de bovenkant van je cake verbrand was, terwijl de binnenkant nog vloeibaar was? In dat geval stond de oven te hoog. Je doet er dus goed aan om de volgende keer de temperatuur van je oven met 10 graden te verlagen. Wat je direct kunt doen om je cake nog te redden, is de bovenkant afdekken met aluminiumfolie en de cake rustig afbakken bij een lagere temperatuur tot ook de binnenkant gaar is. Ben je er nog redelijk vroeg bij en kleuren alleen de randen donker? Knip een stuk aluminium folie zo bij, dat het alleen de randen bedekt. Bij een ronde springvorm betekent het bijvoorbeeld dat je eerst een cirkel ter grootte van je vorm uitknipt en daaruit een kleinere cirkel. Met de ring die zo ontstaat, kun je dan de randen van je taartbodem mee bedekken.

meest gemaakte bakfouten

4. Te lang of te kort kneden

Sometimes less is more, en dat geldt absoluut ook voor het kneden. Een goed recept zal altijd aangeven of je dit lang en grondig moet doen of juist kort en krachtig. Algemene vuistregel is dat je voor lekker knapperig deeg zoals korstdeeg, zanddeeg en deeg voor koekjes zo kort mogelijk moet kneden. Als je te lang kneedt, wordt het deeg niet lekker bros maar taai. Meestal moet je kort kneden als er ‘koude boter’ in het recept staat vermeld. Snijd de boter in blokjes en zet 10 minuten voor gebruik in de vriezer. Kneed het deeg vervolgens met je handen zo kort mogelijk tot er een los samenhangende bal ontstaat. That’s it.

Wil je daarentegen elastisch deeg, zoals bij pizza of brood, moet je juist lang en goed kneden. Door te kneden ontwikkel je namelijk glutenketens die het deeg rekbaar maken. Hoe langer je kneedt, hoe meer elasticiteit je dus in het deeg krijgt. Lees snel verder voor nog meer meest gemaakte bakfouten.

5. Kloppen in plaats van spatelen

Soms kan één woordje al een enorm verschil maken. Zo is kloppen of mixen iets heel anders dan spatelen. Het eerste doe je met een handmixer of een garde en gebruik je bijvoorbeeld om eiwitten of slagroom stijf op te kloppen of eieren met suiker lekker romig en luchtig te krijgen. Kloppen gebeurt grondig en kan soms wel 10 minuten duren. Vaak wordt in het recept aangegeven hoe lang je moet kloppen of wat het resultaat moet zijn. Bij ‘spatelen’ daarentegen gebruik je bij voorkeur een houten spatel en vouw je als het ware de ingrediënten voorzichtig door elkaar. Dit doe je langzaam en zonder te kloppen, zodat het beslag lekker luchtig blijft. Vaak begin je bij het maken van het beslag met kloppen en eindig je met spatelen. Let vooral goed op wat in het recept precies staat vermeld, want als je deze twee technieken door elkaar haalt, eindig je met een taaie cake.

meest gemaakte bakfouten

6. Vorm niet goed invetten

Een van de grootste irritaties in het baklandschap: een cake die niet uit de vorm wil komen. Het ligt misschien voor de hand maar wordt weleens toch overgeslagen; de bakvorm moet je voor gebruik goed invetten en bestuiven. Zorg vooral bij krans- en tulbandvormen dat alle hoekjes bedekt zijn met een laagje boter en bloem. Bij vierkante en rechthoekige bakblikken is het nog makkelijker om de vorm te bekleden met bakpapier. Vet de vorm eerst in met boter, zo blijft het bakpapier mooi aan de vorm kleven. Knip het bakpapier zo bij dat het aan twee kanten iets over de rand hangt. Hiermee kun je de cake na het bakken makkelijk uit de vorm tillen!

Maar hoe krijg je die muffins of tulband die vastzitten alsnog uit de vorm? Leg de vorm ondersteboven op een plank. Maak een theedoek goed nat in koud water, wring hem uit en leg over de vorm. Herhaal dit eventueel een paar keer. Door de hete vorm te laten ‘schrikken’, laat de cake los en kun je hem makkelijk uit de vorm halen. Snel naar de laatste van alle meest gemaakte bakfouten.

7. Meest gemaakte bakfouten: klontjes in de crème

We hebben het allemaal ooit meegemaakt: je wilde een heerlijke fluweelzachte crème of frosting maken voor op je cupcakes of taart, maar na het kloppen zie je allemaal klontjes zitten; de crème is geschift. Schiften houdt eigenlijk in dat het vet, in dit geval is het vaak de boter, zich scheidt van de andere ingrediënten. De smaak is vaak nog prima, maar al die kleine korreltjes zien er niet heel appetijtelijk uit. Het schiften kun je voorkomen door alle ingrediënten, maar vooral de boter, op kamertemperatuur te gebruiken. Meng ook niet alle boter in één keer door de rest van de ingrediënten, maar doe het juist andersom: mix eerst de zachte boter glad en roer er dan beetje bij beetje de andere ingrediënten doorheen. Op die manier ontstaan er gegarandeerd geen klontjes in je crème!

Maar wat kun je doen met een geschifte crème? We hebben goed nieuws voor je: met een simpele truc is het nog te redden! Verwarm de crème voorzichtig au bain-marie (in een vuurvaste kom boven een pan met kokend water), terwijl je blijft kloppen. De gesmolten boter kun je op die manier alsnog goed door de crème mengen. Let wel goed op dat de crème niet te warm wordt en laat hem helemaal afkoelen voor je hem gebruikt, dan wordt hij weer steviger.

Zin om aan de bak te gaan? Maak een van onze allerlekkerste baksels met frambozen, aardbeien, blauwe bessen of abrikozen.

Wil je iedere week de lekkerste recepten & tips ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief:

Ontvang elke week de lekkerste recepten, handige kooktips en speciale aanbiedingen.