Bereiding

Vulling

  1. Water met sap(houd een beetje sap achter) aan de kook brengen.
  2. De suiker met het aardappelzetmeel mengen.
  3. Als het water kookt dan pas het suikermengsels rustig doorroeren tot een homogene massa ontstaat. Heel eventjes doorkoken.
  4. Dan het fruit rustig doorroeren. Mocht de vulling te dik zijn, voeg nog wat achtergehouden sap toe. De vulling laten afkoelen.
  5. Oven voorverwarmen op 200 °C.

Vlaai maken

  1. Weeg alle grondstoffen nauwkeurig af. Als je gedroogde gist gebruikt deze vermengen met de bloem. Het is absoluut verboden om gedroogde gist te mengen met water. Houd gist en zout gescheiden van elkaar.
  2. Doe alle grondstoffen in de machine, mixer. Zet de machine rustig aan in de eerste versnelling ca. 4 minuten.
  3. Hierna de machine in de tweede versnelling zetten. Laat de machine ca. 2 minuten draaien.
  4. Neem het deeg uit de machine en verdeel dit in een stuk van 300 gram voor een vlaaibodem van 22 cm doorsnede.
  5. Bol het deegstuk op en leg deze onder een theedoek. Ook de rest deeg bewaren onder een theedoek. Laat de deegstukken minimaal 20 minuten rijzen.
  6. Na het rijzen het deegstuk uitrollen tot een ronde plak. Deze plak in een ingesmeerde vlaaipan leggen.
  7. Het deeg opduimen, wij noemen dit opduimen van het deeg, omdat je met de duim rustig het deeg verdeelt in de vlaaipan.
  8. De vulling (600 gram voor een vlaai 22 cm ) in de vlaaipan doen.
  9. Rest deeg uitrollen ca. 3 mm en snijden tot reepjes.
  10. De reepjes op de vlaaipan leggen. Vastdrukken van de reepjes. De reepjes bestrijken met ei. Decoreersuiker over de vlaai strooien. Narijs geven van ca 30 minuten.
  11. De vlaai onder in een voorverwarmde oven zetten van 200 °C. Baktijd ca. 15/20 minuten.