Bereiding

  1. Kneed 300 g bloem, het zout en 150 ml water in ca. 10 minuten tot een soepel deeg. Vorm een bal van het deeg, wikkel het deeg in vershoudfolie en laat het ca. 30 minuten in de koelkast rusten.
  2. Sla de boter met een deegroller tussen 2 vellen bakpapier tot een rechthoek van ca. 2 cm dik. Zet de boter tot gebruik in de koelkast. Het deeg en de boter moeten uiteindelijk even koud en stevig zijn, dan rol je het deeg het gemakkelijkst uit. Bij te koude boter rol je het deeg uit maar blij ft de boter een vaste plak. Bij de zachte boter druk je de boter te gemakkelijk uit het deeg.
  3. Leg het deeg op een met bloem bestoven werkblad en snijd er een kruis in. Rol het deeg nu zo uit, dat je een kruis met vier uitstekende punten hebt. Het midden mag wat dikker blijven.
  4. Leg de plak boter precies in het midden van het deeg.
  5. Vouw de punten eroverheen zodat het geheel precies aansluit.
  6. Knijp de randen samen zodat de boter goed ingepakt is.
  7. Rol het deeg nu uit tot een rechthoek die drie keer zo lang als breed is. Vouw het deeg in drie delen op over de lange zij de, draai het deeg een kwartslag en rol nogmaals uit tot een rechthoek die driemaal langer is dan breed. Vouw het deeg opnieuw op in drie delen en leg afgedekt 30 minuten in de koelkast.
  8. Herhaal het rollen, vouwen en rusten van stap 7 nog twee keer en sluit af met 30 minuten koelen.

Het recept is voor 700 g bladerdeeg.

Receptuur: Willem van Santen Fotografie: Mitchell van Voorbergen Styling: Alexandra Hereijgers