Bereiding

Varkensvlees is meestal de basis voor patés, maar ook bijvoorbeeld de variant van konijn (paté de lapin) is een klassieker. Kenmerkend voor een paté is dat er eigenlijk altijd lever in verwerkt wordt. Dit zorgt voor een typische smaak en is een methode om de bederfelijke lever wat langer te bewaren. De boerenpaté is afgedekt in de koelkast ongeveer 1 week houdbaar. Maak nu zelf paté met dit heerlijke recept:

  1. Pel en snipper de uien en de knoflook. Was de tijm, schud hem goed droog en ris voorzichtig de blaadjes van de takjes.
  2. Verhit de olie in een pan en fruit er de gesnipperde ui en de knoflook in. Voeg de suiker toe en laat het geheel karamelliseren. Blus af met de rum en flambeer het geheel kort.
  3. Spoel de varkenslever ca. 20 minuten onder stromend koud water en dep hem daarna goed droog. Snijd de varkenslever, de hamlappen en het buikspek in kleine blokjes.
  4. Draai het vlees door de grove schijf van een gehaktmolen. Meng het uienmengsel, de slagroom, de eieren, de tijm, het zout en de peper door het vleesmengsel.
  5. Bekleed de patévorm met het vetspek, zodat het over de randen hangt. Verwarm de oven voor (elektrisch: 175°C / hetelucht: 150°C). Vul de patévorm daarna met het vleesmengsel.
  6. Vouw het vetspek over de vulling en leg de deksel op erop. Bak de paté ca. 1,5 uur au bain marie in de oven. Laat de paté goed afkoelen, zet er wat gewicht op en laat hem ca. 24 uur rusten voordat je hem gaat gebruiken.

*Een charcutier is een traiteur die vleeswaren maakt en verkoopt.