Bereiding

  1. Doe voor de chutney alle ingrediënten bij elkaar in een hoge pan, roer goed door elkaar en breng aan de kook. Laat de chutney 45-60 minuten zachtjes pruttelen en inkoken op een laag vuur.
    Blijf in de buurt en roer geregeld even om. Zet er eventueel een sudderplaatje onder als het dreigt aan te branden. Laat de chutney goed afkoelen en bewaar hem in een goed afgesloten, schone pot in de koelkast.
  2. Kook de aardappels in ruim kokend water met wat zout in 15-20 minuten gaar, giet af en laat ze uitstomen. Pureer de aardappels met een puree stamper of druk ze door een aardappelpers.
    Gebruik geen staafmixer, anders krij g je een plakkerige massa.
  3. Verhit de olie in een koekenpan en bak hierin de sjalot glazig. Voeg de specerijen en ½ tl zout toe en bak ca. 30 seconden mee tot de aroma’s vrij komen. Roer het sjalot-specerijenmengsel
    luchtig door de aardappelpuree, strijk de puree uit over een plaat en laat helemaal afkoelen. Laat de afgekoelde puree opstijven in de koelkast.
  4. Vul voor het beslag een frituurpan of hoge pan met een stevige bodem met olie en verhit tot ca. 180°C. Klop met een garde het kikkererwtenmeel, 1 flinke el rijstmeel, de baksoda, het zout, het kurkumapoeder en 200 ml koud water goed door elkaar tot een dik beslag. Zorg ervoor dat er geen klontjes meer in zitten.
  5. Neem de aardappelpuree uit de koelkast en draai er met je handen 4 burgers van. Bestrooi ze met een beetje rijstmeel en klop het overtollige meel eraf. Haal de burgers een voor een door het
    beslag en laat ze heel voorzichtig in de hete olie glij den. Frituur de burgers in minimaal 5 minuten goudbruin, waarbij je ze tussendoor laat kantelen. Laat de burgers na het frituren uitlekken op keukenpapier.
  6. Bestrijk de broodjes royaal met de mangochutney, beleg met veldsla en leg daar bovenop de burgers. Garneer met nog meer chutney, de korianderblaadjes en de komkommerlinten. Serveer direct.

Receptuur en foodstyling: Jacqueline Sluijter Foto’s: Willem van Santen Styling: Femke van Waveren