Bereiding

  1. Week voor de falafel de kikkererwten 12 uur in koud water. Kook de aardappel in de schil in 15- 20 minuten gaar. Giet de geweekte kikkererwten af, laat ze uitlekken op een schone theedoek en dep ze daarna goed droog; hoe droger de erwten zijn hoe beter. Pel de schil van de aardappel en rasp hem. Doe de kikkererwten in een keuken machine samen met de ui, de knoflook, de specerijen, de verse kruiden en royaal zout en peper en maal alles goed fijn. Roer het bakpoeder en de geraspte aardappel erdoorheen.
  2. Roer voor de saus het citroensap en 50 ml water door de tahin. Is de saus te dik, voeg dan nog een scheutje water toe. Roer de knoflook erdoorheen en breng de saus op smaak met zout.
  3. Vul een frituurpan of een hoge pan met een stevige bodem met een flinke laag olie en verhit de olie tot ca. 180°C. Maak van het kikkererwtenmengsel stevige falafelballetjes met behulp van een ijsschepje of draai balletjes met je handen en druk ze stevig aan. Controleer eerst met 1 balletje of de olie heet genoeg is, de olie rondom het balletje moet direct gaan bruisen. Frituur de balletjes enkele minuten in de hete olie tot ze rondom goudbruin en krokant zijn. Haal ze met een schuimspaan uit de olie en laat uitlekken op keukenpapier.

Receptuur & foodstyling: Jacqueline Sluijter Foto’s: Willem van Santen Styling: Femke van Waveren