Bereiding

  1. Was en schil de aardappels en kook ze gaar. Snijd ze in blokjes. Schil en was de wortel en snijd hem in kleine dobbelsteentjes. Kook de wortel kort gaar. Snijd de prei fijn. Pel en snipper de ui. Hak de peterselie grof.
  2. Meng 450 g bloem met het bakpoeder en voeg de eidooier, 1 ei, 350 ml melk en wat zout toe. Kneed tot een zacht deeg en rol dit uit. Snijd 10 cirkels uit het deeg.
  3. Smelt voor de saus 60 g boter zachtjes in een diepe pan. Laat de boter niet bruisen. Voeg in 1 keer 60 g bloem toe. Verhit het geheel al roerende met een houten lepel 3 minuten. Voeg nu langzaam en goed roerend 500 ml koude melk toe. Kook 15 minuten zachtjes door tot je een dikke saus overhoudt. Voeg eventueel wat extra melk toe als de saus te dik wordt. (Je kunt hier ook een kant-en-klare bechamelsaus gebruiken).
  4. Fruit in een pan met 1-2 el boter de ui aan. Voeg de prei toe en bak hem ca. 3 minuten. Voeg de aardappels en de wortel toe. Roer de bechamelsaus door het geheel zodat je een dikke ragout krijgt. Voeg wat grofgehakte peterselie toe. Breng het op smaak met zout en peper.
  5. Klop 1 ei los. Beleg een rondje deeg met een schepje vulling. Houd de randen vrij. Vouw het deeg dubbel en druk alles dicht met een vork. Bestrijk de envelopjes met het losgeklopte ei en bak ze in een voorverwarmde oven (elektrisch: 200°C / hetelucht: 175°C / gas: stand 3) in 15-20 minuten goudbruin.

Voor de dip:
Pel de rode uien en snijd ze doormidden. Snijd ze in dunne ringen. Stoof de uien aan in 1 el boter en voeg de suiker en de rode wijn toe. Kook zachtjes door tot al het vocht verdampt is. Breng op smaak met zout en peper.

Foto’s: Stephan van Raay (F&L)