Bereiding

1. Maal in een keukenmachine of blender de suiker met de kaneelstokjes tot een fijn poeder. Bestuif het bladerdeeg aan beide zijden met de kaneelsuiker en rol het uit tot een langwerpige plak van ca. 30 cm lang en 3 mm dik. Snijd repen van 1,5 cm breed uit het deeg. Doe de overgebleven kaneelsuiker in een ondiepe schaal of kom.

2. Maak met elke reep een lus en leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat. Vouw de uiteinden over elkaar heen en leg ze op de lus zodat je een krakelingvorm krijgt. Doe dit zo netjes of slordig als je zelf mooi vindt. Druk de uiteinden lichtjes op de lus. Dit hoeft niet helemaal vast te plakken, dit gebeurt wel tijdens het bakken. Je hoeft de krakelingen ook niet met ei te bestrijken. Zet de bakplaat met de krakelingen nog 20 minuten in de koelkast of vriezer.

3. Verwarm de oven voor (elektrisch: 180°C / hetelucht: 160°C). Bak de krakelingen in ca. 20 minuten goudbruin en krokant in de oven. Neem de krakelingen uit de oven. Wentel de krakelingen direct (zo gauw je ze kan vastpakken) in de kaneelsuiker zodat ze rondom goed bedekt zijn. Leg ze op de bakplaat terug. Karamelliseer de kaneelsuiker met een gasbrandertje zodat je een mooie glanzende laag op de krakelingen krijgt. Laat op een rooster helemaal afkoelen.

*Zelf bladerdeeg maken? In foodies februari leggen we je precies uit hoe je dit doet. Ren snel naar de winkel om het heerlijke recept te bemachtigen!

Per portie: ca. 270 kcal
3 g eiwit | 10 g vet | 43 g koolhydraten

Foto’s, receptuur, foodstyling: Willem van Santen Styling: Femke van Waveren