Bereiding


1 Verwarm de melk tot hij lauwwarm is. Zeef 500 g bloem in een grote mengkom. Maak een kuiltje in het midden en verbrokkel de gist erin. Voeg 2 el suiker en de melk toe en roer het geheel met een vork tot een deeg.
2 Dek de kom af met een theedoek en laat het deeg ca. 30 minuten rijzen op een warme plaats. Was de rozijnen, laat ze uitlekken en week ze in de rum. Verwarm de oven voor (elektrisch: 200°C / hetelucht: 175°C / gas: stand 3). Bekleed een bakplaat met bakpapier.
3 Voeg 50 g suiker, een snufje zout, 150 g boter en het ei toe aan het deeg. Kneed het geheel glad. Kneed de sukade, de amandelen en de rozijnen erdoorheen. Laat het deeg afgedekt ca. 1 uur rijzen.
4 Kneed het deeg door op een met bloem bestoven werkvlak. Verdeel het deeg in 2 stukken en rol de stukken uit tot rechthoeken (ca. 20×25 cm). Vouw met bebloemde handen bij beide rechthoeken een een lange kant van het deeg voor ¾ over de andere kant. Rol de gevouwen kant iets over het dubbele deeg.
5 Vouw twee stukken aluminiumfolie meerdere malen dubbel en maak zo een rand rondom de stollen. Laat de stollen ca. 20 minuten rijzen. Bak ze ca. 10 minuten in de oven. Verlaag de oventemperatuur (elektrisch: 175°C / hetelucht: 150°C / gas: stand 2). Bak de stollen nog 18-20 minuten.
6 Smelt 150 g boter. Bestrijk de warme stollen met de boter en bestuif ze met de poedersuiker. Laat ze afkoelen en bestrooi ze nogmaals met de poedersuiker. In aluminiumfolie gewikkeld zijn de kerststollen 3-4 weken te bewaren.