Bereiding

  1. Het deeg voor je platbrood maak je een paar uur (of beter nog de avond) van tevoren. Meng 200 gram lauw water, gist en honing in een mengkom en laat een paar minuten staan, voeg dan het zout toe. Doe er onder voortdurend roeren beetje bij beetje de speltbloem bij en ga zo verder met de tarwebloem totdat er een bal ontstaat. Zet de keukenwekker op 6 minuten en kneed de bal op een met bloem ­bestoven werkblad. Doe de bal dan terug in de mengkom en besmeer hem rondom met olijfolie. Laat het deeg een paar uur rijzen, met een vochtige theedoek, maar liever nog een hele nacht, op een wat koelere plek.
  2. Maak ondertussen de tomatensalsa door de zaadlijsten uit de tomaten te verwijderen en het tomatenvlees in dobbelsteentjes te snijden om ze vervolgens in een kom aan te maken met ruim olijfolie, een snuf zout, de oregano en een scheutje tabasco. Zet opzij.
  3. Als je klaar bent om het platbrood te gaan bakken, verdeel je het gerezen deeg in balletjes ter grootte van een golfbal en rol je die met de deegroller uit tot een egale dunne pannenkoek. Laat de pannenkoekjes rusten terwijl jij het vuur onder je plaat of pan opstookt alsof je solliciteert bij de Hoogovens. Het staal moet nog net niet gloeien, maar walmen is wél een goed teken. Drapeer een platbrood op de plaat of pan en wacht totdat je bubbels ziet. Draai het brood dan om en geef de andere kant nog even de schrik van zijn leven. Tip: als je een gietijzeren pan gebruikt, probeer dan ook eens om hem ondersteboven boven het vuur te zetten en je platbrood op de bodem te bakken, dat werkt nóg beter. Gebruik de platbroden als eetbaar servet of eet ze op zich, met een flinke lepel tomatensalsa.
De buitenkeuken

Uit het boek:

De buitenkeuken
€32,50