Bereiding

In mei vorig jaar waren we in Frankrijk en kwamen al slenterend in Le Havre terecht op een markt met alleen maar viskramen. Eerst dachten we dat het ging om allerlei soorten vis, maar toen we langs de kramen liepen zagen we dat elke marktkoopman coquilles in de schelp verkocht. Een hele markt vol kraakverse coquilles of sint-jacobsschelpen zoals ze ook wel genoemd worden, daar moesten we natuurlijk een flinke lading van meenemen. Want duur waren ze helemaal niet. In ons vakantiehuis zaten we de halve middag coquilles schoon te maken, maar het was het waard. ‘s Avonds aten we heerlijk zoete, perfect gebakken coquilles met wat brood en een salade. Zo lekker heb ik ze nog nooit gegeten. In dit recept zijn de coquilles gebakken in boter. Je kan er voor kiezen de oranje kuit aan de coquille te laten, deze is wat sterker van smaak dan de coquille zelf, maar erg lekker.

  1. Pluk de slablaadjes los en was ze. Laat de sla goed uitlekken. Snijd het spek in dunne reepjes. Bak het spek in een droge pan knapperig. Voeg de mosterd en de olijfolie toe en roer goed door elkaar. Breng op smaak met zout en peper.
  2. Dep de coquilles droog met keukenpapier. Bestrooi de coquilles met zout en peper. Verhit de boter in een pan en bak er de coquilles ca. 2 minuten aan beide zijden in. Het vlees moet nog een klein beetje doorzichtig zijn.
  3. Verdeel de salade over borden en leg er de gebakken coquilles op. Druppel er de spekdressing overheen. Serveer de salade met toast en boter.