Bereiding

1. Leg bakpapier op een of twee bakplaten met opstaande rand.

2. Doe de boter, suikers en vanille in een beslagkom en klop alles 3-5 minuten met een mixer of in een keukenmachine met platte menghaak op middelhoge snelheid tot het deeg superlicht en luchtig is. Schraap het deeg van de wand, zet de mixer op lage snelheid en voeg langzaam de bloem toe, gevolgd door de chocoladestukjes. Mix tot alle bloem opgenomen is.

3. Verdeel het deeg in tweeën en leg beide helften op een groot stuk plasticfolie. Vouw het plastic om het deeg, zodat je geen plakkerige handen krijgt. Vorm het deeg met je handen (alsof je aan het kleien bent) tot een worst; dat gaat makkelijker als je het heen en weer rolt op het aanrecht, maar hij hoeft heus niet perfect te zijn. Je kunt hier ook bakpapier voor gebruiken, maar ik vind plasticfolie handiger om een worst te vormen. Uit elke deeghelft haal je twee worsten met een doorsnede van 5-6 cm. Zet het deeg een uur of 2 in de koelkast tot het goed stevig is.

4. Verwarm de oven voor op 180 °C.

5. Bestrijk de deegworsten met het losgeklopte ei en rol ze door de rietsuiker (voor zo’n echt verrukkelijk knapperig randje).

6. Snijd elke deegworst in schijfjes van 1 cm dik, leg ze op de met bakpapier bedekte bakplaat of bakplaten, ongeveer 2,5 cm uit elkaar (ze lopen niet veel uit) en bestrooi met zoutvlokken. Bak ze 12-15 minuten tot de randjes bruin worden. Laat ze afkoelen voor je ze allemaal opeet.

Lekker thuis

Uit het boek

Lekker thuis
€27,99