Bereiding

  1. Bepaal de juiste hoeveelheid sushirijst voor jouw gerecht: als je 400 g sushirijst neemt, houd je na het koken ongeveer 900 g gekookte rijst (dat is genoeg voor 3-4 sushirollen).
  2. Strooi de rijst in een fijnmazige zeef en hang de zeef in een kom. Zet de kom onder de koude kraan en was de rijst met de handen. Door het afgespoelde zetmeel wordt het water melkachtig. Was de rijst in totaal zeven keer één minuut in vers water, waarbij je de korrels tussen je vingers en handpalmen door laat lopen, onder zachte druk.
  3. Haal de zeef met de rijst uit het water. Laat de rijst uitdruipen alvorens je hem laat zwellen – nooit in het water, maar altijd – met het aanhangende vocht – aan de lucht.
  4. Doe de rijst met 550 ml water (op 400 g sushirijst) in een pan. Zet het deksel erop en breng aan de kook. Draai het vuur laag en kook de rijst zachtjes door tot al het water is opgenomen. Dat duurt ca. 15 minuten. Haal de pan van het vuur en laat de rijst ca. 15 minuten rusten met het deksel op de pan.
  5. Meng ondertussen de rijstazijn, de suiker en het zout. Roer tot de suiker en het zout is opgelost. Besprenkel de afgekoelde rijst met het mengsel. De sushirijst is nu klaar voor gebruik.

Dit recept voor sushirijst komt uit het boek Mijn Japanse keuken.