Bereiding

  1. Meng in een kom het amandelmeel, de poedersuiker en 32,5 g eiwit tot er een dikke pasta vormt.
  2. Kook in een pannetje de suiker met het water tot een siroop van 118°C graden (gebruik een kookthermometer om de temperatuur te meten). Klop intussen in een schone kom het overige eiwit met een snufje zout stijf. Voeg al kloppend geleidelijk de hete siroop toe en blijf kloppen tot een glanzend dik schuim ontstaat. Klop daarna het schuim tot het afgekoeld is tot ca. 40°C.
  3. Spatel ½ van het eiwitschuim door de amandelpasta. Meng daarna het overige eiwitschuim door de amandelpasta. Verdeel het mengsel over 3 kommen en roer door het beslag in elke kom enkele druppels kleurstof (zoals rood, geel of blauw). Vul de spuitzakken nu met het beslag.
  4. Spuit cirkels van ongeveer 4 cm op een met bakpapier beklede bakplaat (je kunt er ongeveer 40 stuks van maken). Houd daarbij de spuitzak dicht bij de bakplaat zodat de hoopjes niet te hoog worden. Tik de plaat 1 keer op het werkblad om grote luchtbellen te verwijderen. Laat ca. 30 minuten drogen bij  kamertemperatuur. Verwarm de oven voor (elektrisch: 160°C / hetelucht: 150°C). Elektrisch heeft de voorkeur, bij hetelucht heb je kans dat de macarons scheef trekken.
  5. Bak de macarons 10 minuten in de oven. Zet de oven een paar seconden open om de stoom te laten ontsnappen. Bak nog ca. 2 minuten verder. De macarons moeten wat omhoog komen maar mogen niet verkleuren. Neem ze uit de oven, laat ze helemaal afkoelen op de bakplaat en neem ze dan voorzichtig van het bakpapier.

Meer tips bij het maken van macarons?

Lees deze 6 tips door zodat het écht niet misgaat: Tips & tricks: zo maak je de beste macarons!