Bereiding

  1. Maal het komijnzaad, het korianderzaad en de zwartepeperkorrels fijn in de vijzel. Was de citroenen met heet water, wrijf ze droog en rasp de schil er fijn af. Pers de citroenen uit. Meng het specerijenmengsel uit de vijzel met de ras el hanout, de helft van de citroenschil, de helft van het citroensap en 6 el olijfolie. Wrijf de krielkippen in met de marinade en zet ze minimaal 3 uur in de koelkast.
  2. Verwarm de oven voor (elektrisch: 180°C / hetelucht: 200°C). Leg de krielkippen in een braadslee. Los het bouillonblokje op in 300 ml heet water. Schenk de bouillon in de braadslee. Dek de kippen af met aluminiumfolie en braad ze ca. 50 minuten in de oven. Verwijder het folie en braad ze nog ca. 25 minuten.
  3. Spoel intussen de quinoa goed af en laat uitlekken. Verhit 2 el olijfolie in een pan. Voeg de quinoa toe en verhit tot de quinoa gaat ‘poppen’. Voeg 1 l water, de overige citroenschil, het overige citroensap en 1½ tl zout toe en laat ca. 20 minuten afgedekt op laag vuur koken. Was de peterselie, de munt en de koriander, schud ze droog en hak ze fijn. Halveer de granaatappel en tik de pitten eruit. Roer de quinoa met een vork door. Roer de kruiden en de granaatappelpitten erdoorheen. Dien op met de krielkippen en eventueel extra citroen.

© Fotografie: Stephan van Raay / Foodstyling & receptuur: Willem van Santen / Styling: Willemijn van der Kamp