Yoghurt: laten we bij het begin beginnen. Yoghurt is waarschijnlijk ‘ontdekt’ in Azië en bestaat al eeuwen. Het is een gefermenteerd melkproduct met daarin twee hoofdrolspelers: de melkzuurbacteriën Lactobacillus bulgaricus en de Streptococcus thermophilus. In één gram yoghurt zitten minimaal tien miljoen levende bacteriën bevatten, maar vaak zijn dit er nog veel meer. Wow!

Skyr: een aantal jaren geleden lag er ineens skyr in het zuivelschap. Dit is een romige en lobbige IJslandse yoghurt gemaakt van gepasteuriseerde, afgeroomde melk en levende bacteriën. Het grootste verschil tussen skyr en yoghurt is dat skyr aanzienlijk meer eiwitten bevat. Hierdoor heb je vaak wat langer een verzadigd gevoel dan na het eten van magere yoghurt. De smaak zit tussen yoghurt en kwark in: lichtzuur en een beetje zoet.

Kefir: ook kefir wint steeds meer terrein in het zuivelschap. Het lijkt erg op yoghurt. Wel worden er voor dit gefermenteerde melkproduct uit de Kaukasus andere bacteriën gebruikt. In kefir zitten, in tegenstelling tot yoghurt, ook gisten verwerkt. Kefir wordt op dezelfde manier genuttigd als drinkyoghurt. De smaak is lichtzuur en fris en doet nog het meest denken aan karnemelk.