Bramen bewaren

Zacht fruit zoals bramen of aardbeien hebben een snelle stofwisseling en bederven daarom sneller dan bijvoorbeeld appels. Kneus de vruchten niet en maak ze pas goed schoon voor de consumptie. Anders spoel je hun natuurlijke beschermende laagje weg en vormt het vocht een voedingsbodem voor schimmels en bacteriën. Bewaar bramen en ander zacht fruit altijd in de koelkast, hiermee vertraag je de chemische processen die tot het narijpen en vervolgens het rotten leiden. Het beste leg je de vruchten op een stuk keukenpapier, zodat ze droog en stevig blijven. Verwijder rottende en beschimmelde vruchten direct zodat ze de rest niet ‘besmetten’. Bramenjam maken is een goede manier om bramen lang houdbaar te maken.

Wil je ook iedere week de lekkerste recepten & tips ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief:

Bramenjam maken = conserveren met suiker

Vanaf het moment dat een vrucht wordt geplukt, treden er direct veranderingen op. De cellen gaan kapot, het weefsel verteert zichzelf, de structuur en de smaak veranderen. Kortom, het fruit bederft. Micro-organismen die zich in de lucht of aan het oppervlak van de vruchten bevinden, versnellen dit proces. Door het suikergehalte in fruit te verhogen, wordt het fruit beter bestand tegen de micro-organismen. Suiker is namelijk, net als zout, een uitstekend natuurlijk conserveringsmiddel. Er zijn verschillende manieren om dat te doen. Je kunt fruit konfijten of er bijvoorbeeld samen met (gelei)suiker een lekkere jam of gelei van maken. Bramenjam maken is dus een fantastische manier om bramen lang houdbaar te maken zodat je er nog maanden van kunt genieten.

Verschil tussen jam, confituur en gelei

Jam of confituur is een gegeleerd mengsel van suiker, vruchtenmoes (of -pulp) en water. Jam bevat dus het fijngeprakte vruchtvlees, maar ook stukjes fruit en soms hele vruchten. Bij gelei wordt de vruchtenmoes gezeefd voor het gegeleerd wordt. De vaste deeltjes worden er uit gehaald en er zitten dus geen stukjes fruit in. Het resultaat is een homogene, heldere massa. Jam, confituur en gelei zijn in Nederland producten met een beschermde benaming. Dat betekent dat ze aan bepaalde eisen moeten voldoen wat betreft de productiewijze en samenstelling om zo te mogen heten. Soms zie je in de winkel producten met de namen ‘vruchtenspread’ of bijvoorbeeld ‘aardbeienspread’. Deze lijken op jam maar voldoen niet aan de definities zoals vastgelegd in de Nederlandse Warenwet.

Pectine

Pectine is een polysacharide die zorgt voor de geleiachtige consistentie van jam en marmelade. Er zit van nature pectine in de celwanden van vrijwel alle vruchten, maar de exacte hoeveelheid verschilt per fruitsoort. Appels en citrusvruchten zoals grapefruits en sinaasappels bevatten de meeste pectine; in bramen vind je veel minder pectine. Hoe meer pectine erin zit, hoe makkelijker het fruit zal geleren bij het maken van jam. Bramen bevatten niet genoeg pectine, dus moet je extra pectine toevoegen tijdens de bereiding. Dat doe je door middel van geleisuiker – een speciale suiker voor het maken van jam waar pectine aan is toegevoegd.

bramenjam maken

Bramenjam maken

Bramen zijn maar kort in het seizoen; aan het einde van de zomer – van augustus tot september – zijn deze zwartblauwe bessen op hun best. Vruchten die groot en sappig zijn, prettig zoetzuur smaken en makkelijk van het steeltje loslaten, zijn rijp en geschikt voor consumptie. Onrijpe of gekneusde bramen kun je beter laten liggen (of hangen). Je kunt in Nederland slechts een kleine hoeveelheid bramen in de natuur plukken, mits je daarbij respectvol omgaat met de natuur. Lees hier alles wat je moet weten over bramen plukken. Of zoek hier een pluktuin bij jou in de buurt. Je kunt de oogst verwerken in een lekker gebak met bramen. Wil je het hele jaar genieten van je bramenoogst? Dan kun je met ons recept een heerlijke bramenjam maken!

bramenjam maken

Bramenjam maken: het ultieme recept

Bereidingstijd: ca. 45 min. + wachttijd
Ingrediënten voor 6 potten (à ca. 300 g):
1,5 kg bramen
600 g geleisuiker speciaal
1 tl citroenzuur (van de natuurwinkel of Turkse supermarkt)
6 glazen (weck)potten met draaideksel, à 300-350 ml inhoud

Bereidingswijze:

1 Begin met het steriliseren van de potten. Spoel de potten met kokend water en leg ze ondersteboven op een brandschone theedoek. Droog de potten niet af.

2 Was de bramen en laat ze uitlekken. Doe de bramen in een pan met de suiker en verhit langzaam, roer af en toe door. Breng de bramen na ca. 10 minuten aan de kook en stamp ze met een pureestamper tot de gewenste consistentie. Je kunt alles fijnstampen of voor een grovere structuur kiezen en een deel van de bramen heel laten. Laat ca. 3 minuten flink doorkoken zonder deksel.

3 Haal de pan van het vuur. Roer het citroenzuur erdoorheen wanneer het mengsel niet meer kookt. Vul de gesteriliseerde, nog warme potten tot net onder de rand met het hete mengsel en sluit de potten direct. Het mengsel ziet er nu nog vloeibaar uit maar het zal geleren en dikker worden tijdens het afkoelen. Zet de potten direct na het afsluiten ondersteboven op een theedoek en laat ze helemaal afkoelen. Hierdoor trekken de potten vacuüm waardoor de jam lang houdbaar wordt. Zet de afgekoelde potten in hun normale positie (met het deksel naar boven) op een koele, donkere plek. De jam is minimaal 1 jaar houdbaar. De geopende potjes blijven in de koelkast tot 2 weken goed.

Per portie (30 g): ca. 55 kcal
0 g eiwit | 0 g vet | 12 g koolhydraten

bramenjam

Lees ook: