Bloem, boter, eieren, water en melk. Dat je met deze ingrediënten zoveel verschillende soorten deeg kunt maken, lijkt wel een wonder. En wat is nou het verschil tussen baksoda en bakpoeder? We zetten ze op een rijtje!
deeg

Soezendeeg

Ook wel kookdeeg genoemd. Komt dit wel goed, denk je als je de bloem in één keer toevoegt aan de warme pan met melk en boter. En elke keer sta je er weer versteld van dat er na wat stevig roeren een glanzend egaal deeg voor soezen ontstaat. Hierna voeg je pas de eieren toe. Met het koken van het deeg gaar je de bloem, waardoor de soezen in de oven goed rijzen en van binnen hol worden. Die holte kun je later goed opvullen met slagroom, banketbakkersroom of ander lekkers.

Biscuitdeeg

Biscuitdeeg bevat geen boter en is daardoor een mooie luchtige basis voor bijvoorbeeld slagroomtaart. De truc is om de eieren lang te kloppen en de bloem voorzichtig erdoorheen te spatelen, zo krijg je een luchtige taartbodem.

Cakebeslag

Ook cakebeslag moet voor een luchtige cake goed worden geklopt. De klassieke verhouding voor cake is 100 g boter, 100 g bloem en 100 g suiker op twee eieren. Voeg voor een luchtiger resultaat een beetje bakpoeder toe.

Zanddeeg

Boter, bloem, suiker en een beetje ei kort kneden en je krijgt zanddeeg dat je goed kunt gebruiken voor zandkoekjes, appeltaart en tartelettes. Maak je het zonder suiker? Dan heet het korstdeeg en kun je het gebruiken voor hartige taarten.

Brooddeeg

Brooddeeg kun je maken met gist of zuurdesem. Beide zorgen ervoor dat het deeg gaat rijzen en er een luchtig brood ontstaat. Het meeste brooddeeg bevat geen suiker, maar zoet brood zoals
brioche wel. Brooddeeg wordt ook als bodem voor de Limburgse vlaai gebruikt.

Deeg of beslag? Een deeg noem je een beslag wanneer het vloeibaar is en je het niet kneed maar klopt.

Wat is nou het verschil tussen baksoda en poeder?

Je gebak gaat niet zonder een beetje hulp de hoogte in, daar gebruik je bakpoeder of baksoda voor. Wat gebruik je precies wanneer?

Baksoda

Ook wel bakingsoda, natriumcarbonaat of zuiveringszout, heeft een beetje zuur nodig om zijn werk te kunnen doen. Je kunt het dus alleen gebruiken als er in het recept een zuur zit zoals karnemelk, citroen of yoghurt. Het koolzuur dat ontstaat zorgt voor een luchtig gebak.

Bakpoeder

wordt het meest gebruikt in Nederlandse zoete bakrecepten. Het bevat baksoda en een zuur zoals wijnsteenzuur, zodat het gebak ook zonder zure ingrediënten rijst. Je hebt er meer van nodig dan van baksoda.

Verse of droge gist?

Verse gist kun je kopen bij de toko, Marokkaanse winkel of natuurvoedingswinkel en is twee weken houdbaar in de koelkast. De gist moet worden opgelost in lauwwarm water om zijn werk te kunnen doen. De gedroogde gist die je in de supermarkt koopt is instant gist en kan direcht worden toegevoegd aan de bloem. Je koopt het meestal in zakjes en is lang houdbaar. Droge gist komt iets langzamer op gang dan verse gist, maar beide soorten zorgen voor hetzelfde bakresultaat. Van droge gist heb je wel minder nodig. Deel voor de juiste hoeveelheid het aantal gram verse gist door drie.
Nog meer bak gerelateerde vragen? Stuur ons een bericht via Facebook, Instagram of reageer in de comments – vinden we leuk!
Beeld: visualhunt