1. Maak de kom waarin je de eiwitten gaat kloppen vooraf goed schoon met wat citroensap. Een vette kom of stukjes vuil kunnen ervoor zorgen dat je eiwitten niet mooi opstijven.
  2. Zorg dat er geen eidooier bij het eiwit in de kom komt, verwijder een spoortje eigeel eventueel met behulp van een eierschaal.
  3. Gebruik verse, koude eieren. Het opkloppen kan langer duren, maar je pavlova wordt zo wel sterker.
  4. Klop de eiwitten even flink op zodat er lucht in komt voordat je de suiker toevoegt. Voeg de suiker in kleine porties van 1 eetlepel toe tot je witte, glanzende pieken hebt. Je wilt niet dat de suiker de lucht uit je eiwitten slaat.
  5. Klop het maïsmeel en de wittewijn­azijn zorgvuldig door de eiwitten. Het gebruik van maïsmeel en wittewijnazijn maakt het verschil tussen een pavlova en meringue. Een pavlova is hard van buiten en marshmallow-achtig van binnen. Meringue is stevig van buiten en van binnen.
  6. Stop met kloppen zodra je eiwitten stevig zijn. Als je te lang klopt, verandert het schuim weer in een waterige massa.
  7. Maak je de pavlova van tevoren? Bewaar hem dan nadat hij afgekoeld is in een luchtdichte trommel buiten de koelkast.

Bekijk het recept voor pavlova met gegrilde perzik en mascarponeroom.

pavlova